Naar de inhoud
Kalender B1 Gemiddeld

die Nebensaison

/diː ˈneːbn̩zɛˌzɔ̃ː/ mv. die Nebensaisons

Laagseizoen

Woord leren

Woord in context

In der Nebensaison haben wir günstig gebucht.

In het laagseizoen hebben we voordelig geboekt.