Naar de inhoud
Toerisme B1 Beginner

der Wochenendtrip

/deːɐ̯ ˈvɔxn̩ʔɛntˌtʁɪp/ mv. die Wochenendtrips

Weekendje weg

Woord leren

Woord in context

Ich plane einen Wochenendtrip in die Berge.

Ik plan een weekendtrip naar de bergen.