Naar de inhoud
Familie B1 Beginner

der Lebenspartner

/deːɐ̯ ˈleːbn̩sˌpaʁtnɐ/ mv. die Lebenspartner

Levenspartner

Woord leren

Woord in context

Mein Lebenspartner ist sehr nett.

Mijn levenspartner is erg aardig.