Backen
/ˈbakən/ backte · hat gebacken onregelmatig
Bakken
Woord in context
Am Sonntag backen wir einen Apfelkuchen.
Op zondag bakken we een appeltaart.
/ˈbakən/ backte · hat gebacken onregelmatig
Bakken
Am Sonntag backen wir einen Apfelkuchen.
Op zondag bakken we een appeltaart.