der Einzelhandel
/deːɐ̯ ˈʔaɪ̯ntsəlˌhandəl/
Detailhandel
Woord in context
Ich jobbe im Einzelhandel, um Praxis zu bekommen.
Ik heb een bijbaan in de detailhandel om praktijkervaring op te doen.
/deːɐ̯ ˈʔaɪ̯ntsəlˌhandəl/
Detailhandel
Ich jobbe im Einzelhandel, um Praxis zu bekommen.
Ik heb een bijbaan in de detailhandel om praktijkervaring op te doen.