Naar de inhoud
Winkelen B1 Gemiddeld

das Schnäppchen

/das ˈʃnɛpçən/ mv. die Schnäppchen

Koopje

Woord leren

Woord in context

Gestern habe ich ein Schnäppchen gemacht.

Gisteren heb ik een koopje op de kop getikt.