der Blazer
/deːɐ̯ ˈbleːzɐ/ mv. die Blazer
Blazer
Woord in context
Zum Termin habe ich den Blazer angezogen.
Voor de afspraak heb ik de blazer aangetrokken.
/deːɐ̯ ˈbleːzɐ/ mv. die Blazer
Blazer
Zum Termin habe ich den Blazer angezogen.
Voor de afspraak heb ik de blazer aangetrokken.