Naar de inhoud
Koop tickets A2 Beginner

das Wochenendticket

/das ˈvɔxn̩ʔɛntˌtɪkət/ mv. die Wochenendtickets

Weekendticket

Woord leren

Woord in context

Mit dem Wochenendticket fahren wir zur Oma.

Met het weekendticket gaan we naar oma.