Nacheinander
/naːxʔaɪ̯ˈnandɐ/
De een na de ander
Woord in context
Die Gäste werden nacheinander hereinkommen.
De gasten zullen de een na de ander binnenkomen.
/naːxʔaɪ̯ˈnandɐ/
De een na de ander
Die Gäste werden nacheinander hereinkommen.
De gasten zullen de een na de ander binnenkomen.