die Praxisprüfung
/diː ˈpʁaksɪsˌpʁyːfʊŋ/ mv. die Praxisprüfungen
Praktijkexamen
Woord in context
Für die Praxisprüfung muss ich noch üben.
Voor het praktijkexamen moet ik nog oefenen.
/diː ˈpʁaksɪsˌpʁyːfʊŋ/ mv. die Praxisprüfungen
Praktijkexamen
Für die Praxisprüfung muss ich noch üben.
Voor het praktijkexamen moet ik nog oefenen.