Benchmark
/ˈbɛntʃmaːɐ̯k/ die mv. die Benchmarks
Benchmark
Woord in context
Wir müssen den Benchmark der Branche schlagen.
We moeten de benchmark van de branche verslaan.
/ˈbɛntʃmaːɐ̯k/ die mv. die Benchmarks
Benchmark
Wir müssen den Benchmark der Branche schlagen.
We moeten de benchmark van de branche verslaan.