Nehmen
/ˈneːmən/ nahm · hat genommen onregelmatig
Nemen
Woord in context
Wir nehmen noch zwei Stück Kuchen, bitte.
We nemen nog twee stukken taart, alstublieft.
/ˈneːmən/ nahm · hat genommen onregelmatig
Nemen
Wir nehmen noch zwei Stück Kuchen, bitte.
We nemen nog twee stukken taart, alstublieft.