Naar de inhoud
← Naar lessen Grammatica · Beginner

Bezittelijke voornaamwoorden

Lesinhoud

Wat ga je behandelen

  1. Mijn en jouw
  2. Zijn en haar
  3. Its voor een voorwerp of dier
  4. Ons en hun
  5. Altijd samen met het zelfstandig naamwoord

Oefenen in de praktijk

Opdrachten: 8

Kies een antwoordVul de ontbrekende woorden inZet de woorden in de juiste volgordeSchrijf je eigen antwoord

Je kunt vragen stellen aan de docent en doorgaan met oefenen na de les.

Pilotles · resultaat wordt alleen in deze browser opgeslagen