Naar de inhoud

Levensstijlen in het Engels

54 woorden, van beginner tot gevorderd. Tik op een woord om het te horen.

0 / 54 woorden geleerd

Leer deze woorden door te oefenen Download de lijst (PDF)

Goed om te weten

Als het over levensstijl in het Engels gaat, verwijst cost of living naar het geld dat nodig is voor dagelijkse basisbehoeften, terwijl standard of living het materiële comfort beschrijft. Een hogere cost of living betekent niet noodzakelijk een hogere standard of living. De uitdrukking make a living betekent genoeg geld verdienen om jezelf te onderhouden; live life to the full betekent zoveel mogelijk uit je levenservaringen halen.

De vorm visualise is een gangbare Britse spelling, terwijl fulfill en fulfillment Amerikaanse spellingen zijn. Deze regionale spellingvarianten veranderen de basisbetekenissen niet.

  1. sense /sɛns/ mv. senses gevoel B1Gemiddeld#
  2. visualise /ˈvɪʒ.u.əl.aɪz/ visualised · visualised visualiseren C1Gevorderd#
  3. make a decision /meɪk ə dɪˈsɪʒn/ een beslissing nemen A2Gemiddeld#
  4. bear in mind /ber ɪn maɪnd/ in gedachten houden B2Gemiddeld#
  5. opportunity /ˌɑpɚˈtunəti/ mv. opportunities kans B1Gemiddeld#
  6. wander /ˈwɑndɚ/ wandered · wandered afdwalen B2Gemiddeld#
  7. insight /ˈɪnsaɪt/ inzicht C1Gevorderd#
  8. self-expression /self ɪkˈspreʃ(ə)n/ zelfexpressie B2Gevorderd#
  9. fulfillment /fʊlˈfɪl.mənt/ vervulling C1Gevorderd#
  10. all walks of life /ɔːl wɑːks əv laɪf/ alle lagen van de bevolking C1Gevorderd#
  11. live life on the edge /lɪv ˈlaɪf ɑn ði ˈɛdʒ/ leven op het randje C1Gevorderd#
  12. attract /əˈtrækt/ attracted · attracted aantrekken B1Gemiddeld#
  13. negative /ˈnɛɡətɪv/ negatief A2Gemiddeld#
  14. miss out on /mɪs aʊt ɑːn/ mislopen B2Gemiddeld#
  15. put pressure on /pʊt ˈpreʃ.ɚ ɑːn/ druk uitoefenen op B2Gemiddeld#
  16. make a living /meɪk ə ˈlɪvɪŋ/ de kost verdienen B1Gemiddeld#
  17. lead a happy life /liːd ə ˈhæpi laɪf/ een gelukkig leven leiden B1Gemiddeld#
  18. be fond of /bi fɑːnd əv/ dol zijn op B1Gemiddeld#
  19. live life to the full /lɪv ˈlaɪf tə ðə ˈfʊl/ het leven ten volle leven B2Gemiddeld#
  20. once in a lifetime opportunity /ˌwʌns ɪn ə ˌlaɪfˌtaɪm ˌɑpɚˈtunəti/ mv. once-in-a-lifetime opportunities kans die je maar één keer krijgt B2Gemiddeld#
  21. keep an open mind /kiːp ən ˌoʊpən ˈmaɪnd/ onbevooroordeeld blijven B2Gemiddeld#
  22. achieve a goal / əˈtʃiːv ə ɡoʊl/ een doel bereiken B1Gemiddeld#
  23. living expenses /ˈlɪvɪŋ ɪkˈspensɪz/ levensonderhoud B1Gemiddeld#
  24. way of life /weɪ əv laɪf/ mv. ways of life manier van leven B1Gemiddeld#
  25. lifestyle /ˈlaɪfˌstaɪl/ mv. lifestyles levensstijl B1Gemiddeld#
  26. priority /praɪˈɔːr.ə.ti/ mv. priorities prioriteit B2Gemiddeld#
  27. balance /ˈbæləns/ balans B1Gemiddeld#
  28. work hard for a living /wɜː(r)k hɑːrd fər ə ˈlɪvɪŋ/ hard werken voor de kost B1Gemiddeld#
  29. recreational /ˌrek.riˈeɪ.ʃ(ə)n.(ə)l/ recreatief C1Gevorderd#
  30. lifelong ambition /ˈlaɪf.lɑːŋ æmˈbɪʃ.(ə)n/ mv. lifelong ambitions levenslange ambitie B2Gemiddeld#
  31. remind /rɪˈmaɪnd/ reminded · reminded herinneren B1Beginner#
  32. remember /rɪˈmɛmbɚ/ remembered · remembered zich herinneren A1Beginner#
  33. imitate /ˈɪmɪteɪt/ imitated · imitated imiteren B2Gemiddeld#
  34. participate /pɑːrˈtɪs.ə.peɪt/ participated · participated deelnemen B1Gemiddeld#
  35. boost /buːst/ boosted · boosted een impuls geven B2Gemiddeld#
  36. cost of living /kɔːst əv ˈlɪvɪŋ/ kosten van levensonderhoud B2Gemiddeld#
  37. to-do list /təˈduː lɪst/ mv. to-do lists takenlijst B1Beginner#
  38. milestone /ˈmaɪl.stoʊn/ mv. milestones mijlpaal C1Gemiddeld#
  39. acquire /əˈkwaɪɚ/ acquired · acquired zich eigen maken B2Gemiddeld#
  40. phase /feɪz/ mv. phases fase B2Gemiddeld#
  41. fulfill /fʊlˈfɪl/ fulfilled · fulfilled voldoen aan B2Gemiddeld#
  42. standard of living /ˈstændərd əv ˈlɪvɪŋ/ mv. standards of living levensstandaard B2Gemiddeld#
  43. satisfy /ˈsætɪsfaɪ/ satisfied · satisfied tevredenstellen B2Gemiddeld#
  44. meet a need /miːt ə niːd/ in een behoefte voorzien B2Gemiddeld#
  45. outlook /ˈaʊtlʊk/ mv. outlooks opvatting B2Gemiddeld#
  46. play an active role /pleɪ æn ˈæktɪv roʊl/ een actieve rol spelen B2Gemiddeld#
  47. take part in /teɪk pɑːrt ɪn/ deelnemen aan A2Beginner#
  48. nap /næp/ napped · napped dutje B1Beginner#
  49. reminder /rɪˈmaɪn.dɚ/ mv. reminders herinnering B1Beginner#
  50. mind /maɪnd/ mv. minds geest A2Beginner#
  51. look back /lʊk bæk/ terugkijken A2Beginner#
  52. set a goal /set ə ɡoʊ/ een doel stellen B1Beginner#
  53. make a choice /meɪk ə tʃɔɪs/ een keuze maken A2Beginner#
  54. activity /ækˈtɪv.ə.ti/ mv. activities activiteit A1Beginner#

Regels om te onthouden

  • Behoud het lidwoord in make a decision, set a goal en play an active role. Het hoort bij elke uitdrukking.
  • In be fond of en take part in blijft het laatste voorzetsel staan vóór een zelfstandig naamwoord of een -ing-vorm die een activiteit beschrijft.
  • De naamwoordgroep living expenses is meervoudig. Als deze het onderwerp is, staat het werkwoord in het meervoud.

Meer thema's