present
/ˈprez.(ə)nt/ presented · presented
presenteren
Woord in context
She gave me a nice present for my birthday.
Ze gaf me een leuk cadeau voor mijn verjaardag.
/ˈprez.(ə)nt/ presented · presented
presenteren
She gave me a nice present for my birthday.
Ze gaf me een leuk cadeau voor mijn verjaardag.