interaction
/ˌɪntərˈækʃ(ə)n/ mv. interactions
interactie
Woord in context
I enjoy the interaction with my classmates.
Ik geniet van de interactie met mijn klasgenoten.
/ˌɪntərˈækʃ(ə)n/ mv. interactions
interactie
I enjoy the interaction with my classmates.
Ik geniet van de interactie met mijn klasgenoten.