long-term
/lɔːŋ tɜːrm/
op lange termijn
Woord in context
I plan to save money for the long-term future.
Ik ben van plan om geld te sparen voor de toekomst op lange termijn.
/lɔːŋ tɜːrm/
op lange termijn
I plan to save money for the long-term future.
Ik ben van plan om geld te sparen voor de toekomst op lange termijn.