disloyal
/dɪsˈlɔɪəl/
ontrouw
Woord in context
She felt hurt when she discovered her friend was disloyal.
Ze voelde zich gekwetst toen ze ontdekte dat haar vriend ontrouw was.
/dɪsˈlɔɪəl/
ontrouw
She felt hurt when she discovered her friend was disloyal.
Ze voelde zich gekwetst toen ze ontdekte dat haar vriend ontrouw was.