spin
/spɪn/ mv. spins
ronddraaien
Woord in context
The car began to spin on the icy road.
De auto begon rond te draaien op de gladde weg.
/spɪn/ mv. spins
ronddraaien
The car began to spin on the icy road.
De auto begon rond te draaien op de gladde weg.