windshield
/ˈwɪndˌʃild/ mv. windshields
voorruit
Woord in context
I always clean my car's windshield before driving.
Ik maak altijd de voorruit van mijn auto schoon voordat ik ga rijden.
/ˈwɪndˌʃild/ mv. windshields
voorruit
I always clean my car's windshield before driving.
Ik maak altijd de voorruit van mijn auto schoon voordat ik ga rijden.