speech
/ˈspiːtʃ/ mv. speeches
toespraak
Woord in context
She gave a good speech at the event.
Ze gaf een goede toespraak op het evenement.
/ˈspiːtʃ/ mv. speeches
toespraak
She gave a good speech at the event.
Ze gaf een goede toespraak op het evenement.