Confiant
/kɔ̃ˈfjɑ̃/
Vol vertrouwen
Woord in context
Mon frère confiant parle devant la classe.
Mijn broer spreekt vol vertrouwen voor de klas.
/kɔ̃ˈfjɑ̃/
Vol vertrouwen
Mon frère confiant parle devant la classe.
Mijn broer spreekt vol vertrouwen voor de klas.