Smoking
/smɔˈkiŋ/ le mv. les smokings
Smoking
Woord in context
Il a loué un smoking noir pour le mariage.
Hij heeft een zwarte smoking gehuurd voor de bruiloft.
/smɔˈkiŋ/ le mv. les smokings
Smoking
Il a loué un smoking noir pour le mariage.
Hij heeft een zwarte smoking gehuurd voor de bruiloft.