Briller
/bʁiˈje/ a brillé
Schijnen
Woord in context
Le soleil va briller toute la journée demain.
De zon gaat morgen de hele dag schijnen.
/bʁiˈje/ a brillé
Schijnen
Le soleil va briller toute la journée demain.
De zon gaat morgen de hele dag schijnen.