Vélocité
/velɔsiˈte/ la
Snelheid
Woord in context
La vélocité du coureur était impressionnante.
De snelheid van de loper was indrukwekkend.
/velɔsiˈte/ la
Snelheid
La vélocité du coureur était impressionnante.
De snelheid van de loper was indrukwekkend.