Agenda
/aˈdʒɛnda/ l' mv. le agende
Agenda
Woord in context
Devo scrivere l'appuntamento sull'agenda.
Ik moet de afspraak in de agenda schrijven.
/aˈdʒɛnda/ l' mv. le agende
Agenda
Devo scrivere l'appuntamento sull'agenda.
Ik moet de afspraak in de agenda schrijven.