Uscite
/uʃˈʃite/ l' mv. le uscite
Uitgaven
Woord in context
Le uscite del mese hanno superato le entrate.
De uitgaven van de maand waren hoger dan de inkomsten.
/uʃˈʃite/ l' mv. le uscite
Uitgaven
Le uscite del mese hanno superato le entrate.
De uitgaven van de maand waren hoger dan de inkomsten.