Credo
/ˈkrɛdo/ il mv. i credo
Geloofsbelijdenis
Woord in context
In chiesa abbiamo recitato il credo insieme.
In de kerk hebben we samen de geloofsbelijdenis opgezegd.
/ˈkrɛdo/ il mv. i credo
Geloofsbelijdenis
In chiesa abbiamo recitato il credo insieme.
In de kerk hebben we samen de geloofsbelijdenis opgezegd.