Roupa comum
/ˈʁopɐ kuˈmũ/ a
Gewone kleren
Woord in context
Ao sábado o meu tio veste roupa comum.
Op zaterdag draagt mijn oom gewone kleren.
/ˈʁopɐ kuˈmũ/ a
Gewone kleren
Ao sábado o meu tio veste roupa comum.
Op zaterdag draagt mijn oom gewone kleren.