Top 100 werkwoorden in het Engels
127 woorden, van beginner tot gevorderd. Tik op een woord om het te horen.
0 / 127 woorden geleerd
Goed om te weten
De meeste veelgebruikte Engelse werkwoorden hebben meer dan één toepassing, dus de zinsbouw is belangrijk. be, have en do dienen ook als hulpwerkwoord; hun rol hangt dus af van de zin. Een veelgebruikt werkwoord kan meerdere betekenissen hebben, en de gebruikelijke woordcombinaties zijn net zo belangrijk als de basisbetekenis.
say legt de nadruk op de uitgesproken woorden, terwijl tell meestal een object krijgt dat de ontvanger van de informatie aanduidt. hear kan beschrijven dat je een geluid waarneemt zonder daar moeite voor te doen; listen beschrijft aandachtig luisteren. look for betekent proberen iets te vinden, en niet alleen je blik erop richten.
Geen woorden gevonden
- be /bi/ was / were · been onregelmatig zijn
- cause /kɔz/ caused · caused veroorzaken
- affect /ə.ˈfɛkt/ affected · affected beïnvloeden
- have /hæv/ had · had onregelmatig hebben
- can /kæn/ could onregelmatig kunnen
- go /ɡoʊ/ went · gone onregelmatig gaan
- do /du/ did · done onregelmatig doen
- envisage /ɪnˈvɪz.ɪdʒ/ envisaged · envisaged zich voorstellen
- consider /kənˈsɪdɚ/ considered · considered overwegen
- come /kʌm/ came · come onregelmatig komen
- rely on /rɪˈlaɪ ɑːn/ vertrouwen op
- live /lɪv/ lived · lived leven
- avoid /əˈvɔɪd/ avoided · avoided vermijden
- see /siː/ saw · seen onregelmatig zien
- understand /ˌʌndəˈstænd/ understood · understood onregelmatig begrijpen
- know /noʊ/ knew · known onregelmatig weten
- say /seɪ/ said · said onregelmatig zeggen
- mean /miːn/ meant · meant onregelmatig bedoelen
- help /hɛlp/ helped · helped helpen
- need /niːd/ needed · needed nodig hebben
- stem from /stem frɑːm/ voortkomen uit
- outweigh /ˌaʊtˈweɪ/ outweighed · outweighed opwegen tegen
- learn /lɝn/ learned · learned leren
- increase /ɪnˈkriːs/ increased · increased verhogen
- reduce /rɪˈdjuːs/ reduced · reduced verminderen
- remain /rɪˈmeɪn/ remained · remained blijven
- surpass /sɚˈpæs/ surpassed · surpassed overtreffen
- sustain /səˈsteɪn/ sustained · sustained onderhouden
- sleep /sliːp/ slept · slept onregelmatig slapen
- help out /help aʊt/ uit de brand helpen
- eat /it/ ate · eaten onregelmatig eten
- drink /drɪŋk/ drank · drunk onregelmatig drinken
- want /wɑnt/ wanted · wanted willen
- like /laɪk/ liked · liked leuk vinden
- buy /baɪ/ bought · bought onregelmatig kopen
- pay /peɪ/ paid · paid onregelmatig betalen
- take /teɪk/ took · taken onregelmatig nemen
- give /ɡɪv/ gave · given onregelmatig geven
- cut /kʌt/ cut · cut onregelmatig knippen
- fly /flaɪ/ flew · flown onregelmatig vliegen
- answer /ˈæn.sɚ/ answered · answered antwoorden
- ask /ˈæsk/ asked · asked vragen
- become /bəˈkʌm/ became · become onregelmatig worden
- begin /bɪˈɡɪn/ began · begun onregelmatig beginnen
- believe /bɪˈliːv/ believed · believed geloven
- bring /ˈbrɪŋ/ brought · brought onregelmatig brengen
- carry /ˈkæ.ri/ carried · carried dragen
- close /kloʊz/ closed · closed sluiten
- decide /dɪˈsaɪd/ decided · decided beslissen
- fall /fɑl/ fell · fallen onregelmatig vallen
- find /faɪnd/ found · found onregelmatig vinden
- get /ɡɛt/ got · gotten / got onregelmatig halen
- haul /hɑːl/ hauled · hauled lading
- happen /ˈhæpən/ happened · happened gebeuren
- hear /hɪər/ heard · heard onregelmatig horen
- listen /ˈlɪs.ən/ listened · listened luisteren
- look /luːk/ looked · looked kijken naar
- make /meɪk/ made · made onregelmatig maken
- move /muːv/ moved · moved bewegen
- must /mʌst/ moeten
- play /pleɪ/ played · played spelen
- put /pʊt/ put · put onregelmatig plaatsen
- read /riːd/ read · read onregelmatig lezen
- run /rʌn/ ran · run onregelmatig rennen
- sit /sɪt/ sat · sat onregelmatig zitten
- spell /spɛl/ spelled · spelled spellen
- stand /stænd/ stood · stood onregelmatig staan
- start /stɑːrt/ started · started starten
- stop /stɑːp/ stopped · stopped stoppen
- talk /tɑːk/ talked · talked praten
- teach /tiːtʃ/ taught · taught onregelmatig onderwijzen
- tell /tɛl/ told · told onregelmatig vertellen
- think /θɪŋk/ thought · thought onregelmatig denken
- try /traɪ/ tried · tried proberen
- tilt /tɪlt/ tilted · tilted kantelen
- turn /tɝn/ turned · turned draaien
- walk /wɑk/ walked · walked lopen
- watch /wɑtʃ/ watched · watched kijken
- write /raɪt/ wrote · written onregelmatig schrijven
- hold /hoʊld/ held · held onregelmatig houden
- feel /fiːl/ felt · felt onregelmatig voelen
- forget /fɚˈɡɛt/ forgot · forgotten onregelmatig vergeten
- meet /miːt/ met · met onregelmatig ontmoeten
- cost /ˈkɑ:st/ cost · cost onregelmatig kosten
- choose /tʃuːz/ chose · chosen onregelmatig kiezen
- look for /luːk fɔːr/ zoeken naar
- assemble /əˈsem.b(ə)l/ assembled · assembled monteren
- hoist /hɔɪst/ hoisted · hoisted takel
- remove /rɪˈmuːv/ removed · removed verwijderen
- fix /ˈfɪks/ fixed · fixed herstellen
- add /æd/ added · added toevoegen
- build /bɪld/ built · built onregelmatig bouwen
- cross /krɑs/ crossed · crossed kruisen
- draw /drɑ/ drew · drawn onregelmatig tekenen
- follow /ˈfɑloʊ/ followed · followed volgen
- keep /kiːp/ kept · kept onregelmatig aanhouden
- let /let/ let · let onregelmatig laten
- might /maɪt/ mogelijk zijn
- continue /kənˈtɪnjuː/ continued · continued doorgaan
- dream /drim/ dreamed · dreamed onregelmatig dromen
- seem /siːm/ seemed · seemed lijken
- forgive /fɚˈɡɪv/ forgave · forgiven onregelmatig vergeven
- imagine /ɪˈmædʒ.ɪn/ imagined · imagined zich indenken
- bear /bɛər/ bore · borne onregelmatig verdragen
- inform /ɪnˈfɔrm/ informed · informed informeren
- lay /leɪ/ laid · laid onregelmatig leggen
- enlarge /ɪnˈlɑːrdʒ/ enlarged · enlarged vergroten
- tolerate /ˈtɑl.ə.reɪt/ tolerated · tolerated tolereren
- pick up /pɪk ʌp/ ophalen
- endure /ɪnˈd(j)ʊr/ endured · endured doorstaan
- develop /dɪˈvɛ.ləp/ developed · developed ontwikkelen
- discuss /dɪsˈkʌs/ discussed · discussed discussiëren
- force /foːrs/ forced · forced dwingen
- lead /liːd/ led · led onregelmatig aanvoeren
- own /ˈoʊn/ owned · owned bezitten
- produce /prəˈdu:s/ produced · produced produceren
- reach /riːtʃ/ reached · reached bereiken
- set /sɛt/ set · set onregelmatig instellen
- wonder /ˈwʌndɚ/ wondered · wondered afvragen
- include /ɪnˈkluːd/ included · included opnemen
- base /beɪs/ based · based baseren
- differ /ˈdɪf.ɚ/ differed · differed verschillen
- encounter /ɪnˈkaʊntɚ/ encountered · encountered tegen het lijf lopen
- shift /ʃɪft/ shifted · shifted verschuiven
- occur /əˈkɝː/ occurred · occurred voorkomen
- transform /trænsˈfɔːrm/ transformed · transformed transformeren
- occupy /ˈɑkjəpaɪ/ occupied · occupied bezetten
Snelle test: 10 vragen
Test jezelf voordat je verdergaat. Zonder account.
Regels om te onthouden
- Na can, must en might staat de basisvorm van een ander werkwoord, zonder infinitiefmarkeerder. Deze modale werkwoorden krijgen geen uitgang -s in de derde persoon enkelvoud.
- Als direct na avoid of consider een ander werkwoord volgt, krijgt dat de -ing-vorm.
- In rely on en stem from is het laatste woord een voorzetsel. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord of voornaamwoord dat volgt.




