Naar de inhoud

Kleuren in het Engels

10 woorden, van beginner tot gevorderd. Tik op een woord om het te horen.

Leer deze woorden door te oefenen Download de lijst (PDF)

Goed om te weten

Kleurnamen kunnen in het Engels zowel zelfstandige naamwoorden als bijvoeglijke naamwoorden zijn. Als bijvoeglijke naamwoorden houden red, blue en green dezelfde vorm bij zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en meervoud. Een lidwoord hoort bij de hele naamwoordgroep, niet alleen bij het bijvoeglijk naamwoord dat de kleur aangeeft.

De spellingen grey en colour zijn standaard in het Brits-Engels. In het Amerikaans-Engels wordt de e in grey meestal vervangen door een a en wordt de u in colour weggelaten. De betekenis hangt ook van de context af: blue kan verdriet uitdrukken en green kan iemand met weinig ervaring beschrijven.

  1. brown /braʊn/ bruin A1Beginner#
  2. grey /ɡreɪ/ grijs A1Beginner#
  3. red /rɛd/ rood A1Beginner#
  4. black /blæk/ zwart A1Beginner#
  5. blue /bluː/ blauw A1Beginner#
  6. green /ɡrin/ groen A1Beginner#
  7. pink /pɪŋk/ roze A1Beginner#
  8. white /waɪt/ wit A1Beginner#
  9. yellow /ˈjɛl.oʊ/ geel A1Beginner#
  10. colour /ˈkʌl.ər/ mv. colours kleur A1Beginner#

Regels om te onthouden

  • Bijvoeglijke naamwoorden voor kleuren, zoals black, white en pink, staan meestal vóór het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijven. Ze kunnen ook na een koppelwerkwoord staan.
  • Als red of blue een kleur in het algemeen aanduidt, staat er meestal geen lidwoord bij. Bij een specifieke tint kan er wel een lidwoord staan.
  • Bij gewoon beschrijvend gebruik krijgen deze kleurwoorden een kleine beginletter, behalve aan het begin van een zin.

Meer thema's