Naar de inhoud

Lichaamsdelen in het Italiaans

36 woorden, van beginner tot gevorderd. Tik op een woord om het te horen.

Leer deze woorden door te oefenen Download de lijst (PDF)

Goed om te weten

Namen voor lichaamsdelen in het Italiaans kunnen onderscheid maken tussen een lichaamsgebied en een orgaan. Pancia is een alledaags woord voor de buik, terwijl Stomaco de maag als spijsverteringsorgaan aanduidt. Dito kan naar een vinger of een teen verwijzen; de context maakt duidelijk welke bedoeld wordt.

Ook het grammaticale geslacht en getal kunnen verrassen. Mano is vrouwelijk, hoewel het op -o eindigt. Labbra is al meervoud en verwijst naar de lippen. Braccio is mannelijk in het enkelvoud, maar heeft een vrouwelijk meervoud wanneer het naar de armen van het menselijk lichaam verwijst.

  1. Anca /ˈanka/ l' mv. le anche Heup B1Gemiddeld#
  2. Fegato /ˈfeɡato/ il mv. i fegati Lever B1Gemiddeld#
  3. Rene /ˈrɛne/ il mv. i reni Nier B1Gemiddeld#
  4. Intestino /inteˈstino/ l' mv. gli intestini Darm B1Gemiddeld#
  5. Testa /ˈtɛsta/ la mv. le teste Hoofd A1Beginner#
  6. Viso /ˈvizo/ il mv. i visi Gezicht A1Beginner#
  7. Occhio /ˈɔkkjo/ l' mv. gli occhi Oog A1Beginner#
  8. Orecchio /oˈrɛkkjo/ l' mv. le orecchie Oor A1Beginner#
  9. Naso /ˈnazo/ il mv. i nasi Neus A1Beginner#
  10. Bocca /ˈbokka/ la mv. le bocche Mond A1Beginner#
  11. Labbra /ˈlabbra/ il mv. le labbra Lippen A2Beginner#
  12. Dente /ˈdɛnte/ il mv. i denti Tand A1Beginner#
  13. Lingua /ˈlinɡwa/ la mv. le lingue Tong A2Beginner#
  14. Collo /ˈkɔllo/ il mv. i colli Hals A1Beginner#
  15. Spalla /ˈspalla/ la mv. le spalle Schouder A2Beginner#
  16. Braccio /ˈbrattʃo/ il mv. le braccia Arm als lichaamsdeel A1Beginner#
  17. Mano /ˈmano/ la mv. le mani Hand A1Beginner#
  18. Dito /ˈdito/ il mv. le dita Vinger A1Beginner#
  19. Cuore /ˈkwɔre/ il mv. i cuori Hart A1Beginner#
  20. Petto /ˈpɛtto/ il mv. i petti Borst A2Beginner#
  21. Schiena /ˈskjɛna/ la mv. le schiene Rug A2Beginner#
  22. Pancia /ˈpantʃa/ la mv. le pance Buik A2Beginner#
  23. Gamba /ˈɡamba/ la mv. le gambe Been A1Beginner#
  24. Ginocchio /dʒiˈnɔkkjo/ il mv. le ginocchia Knie A2Beginner#
  25. Piede /ˈpjɛde/ il mv. i piedi Voet A1Beginner#
  26. Sangue /ˈsanɡwe/ il Bloed A2Beginner#
  27. Stomaco /ˈstɔmako/ lo mv. gli stomaci Maag A2Beginner#
  28. Pelle /ˈpɛlle/ la mv. le pelli Leer A2Beginner#
  29. Gomito /ˈɡomito/ il mv. i gomiti Elleboog A2Beginner#
  30. Unghia /ˈuŋɡja/ l' mv. le unghie Nagel A2Beginner#
  31. Caviglia /kaˈviʎʎa/ la mv. le caviglie Enkel A2Beginner#
  32. Osso /ˈɔsso/ l' mv. le ossa Bot A2Beginner#
  33. Muscolo /ˈmuskolo/ il mv. i muscoli Spier A2Beginner#
  34. Cervello /tʃerˈvɛllo/ il mv. i cervelli Hersenen A2Beginner#
  35. Polso /ˈpolso/ il mv. i polsi Pols A2Beginner#
  36. Polmone /polˈmone/ il mv. i polmoni Long B1Beginner#

Regels om te onthouden

  • De meeste zelfstandige naamwoorden hier op -o zijn mannelijk en de meeste op -a vrouwelijk. Mano is een vrouwelijke uitzondering.
  • Dente, Cuore en Polmone zijn mannelijk, terwijl Pelle vrouwelijk is. De uitgang -e alleen geeft het geslacht niet aan.
  • Bij wederkerende werkwoorden voor wassen krijgen lichaamsdelen meestal een bepaald lidwoord. Een bezittelijk voornaamwoord is doorgaans overbodig als duidelijk is van wie het lichaamsdeel is.

Meer thema's